Ik hield het niet voor mogelijk, maar de mails van het Ministerie van Onderwijs blijven toestromen. Ik vraag mij af of Noël Vercruysse op de hoogte is van het feit dat zijn naam onder een kettingmail staat, want het begint hier wel een hoog spam-gehalte te krijgen.

Waar in het derde deel van de trilogie ik een persoonlijke mail kreeg van een medewerker, die mij wist te vertellen dat ik uit de mailinglist was gehaald, blijkt het tegendeel waar te zijn…

“Beste student,

Enige tijd geleden heb je van ons een e-mail gehad met het verzoek om mee te werken aan grootschalig onderzoek een grootschalig onderzoek over studeren in Vlaanderen dat wordt uitgevoerd door het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Op dit moment hebben we van jou nog geen (volledig) ingevulde internetvragenlijst ontvangen.”

Klinkt allemaal nogal vaaglijk bekend, niet waar? Om het niet van een antwoord onbediend te laten, ben ik zo vrij geweest om ook maar eens een aanzienlijk deel te copy-pasten:

“Beste

Sta mij toe een van uw collega’s letterlijk te citeren toen onze paden zich kruisten in eerder e-mailverkeer:

“Beste,

Dank voor uw reactie. Onze excuses voor het uitblijven van een reactie. Er moet een misverstand zijn geweest. Wij hebben u inmiddels verwijderd uit de adressenlijst. U zult dus niet meer door ons benaderd worden. Als er verder nog zaken waren die u aan de kaart wilde stellen kunt u ons deze alsnog via de mail melden.

Met vriendelijke groet,
Stephan Koppen, medewerker Studentenmonitor”

Misschien hanteert het Ministerie een andere invulling van het begrip ‘verwijderen’?

Met vriendelijke groeten”

Actie en reactie ftw!

What the fuck?

Nee echt.

What the fuck?

Ik slierde zonet even vlekkeloos over het internet en passeerde aldaar de website van het VRT nieuws (ook wel gekend als www.deredactie.be). Dat Tom Boonen zijn hoofd tegenwoordig niet meer weg te slaan (jammer genoeg) valt uit het nieuws, is een gekend gegeven. Meer bepaald omdat hij zijn hoofd niet uit andere dingen kon houden. Jawel, een flauwe woordspeling! Zijn cocaïnegebruik heeft waarschijnlijk menig bezorgd moederfiguur de stuipen op het lijf gejaagd toen haar 11-jarige koter besloot om niet alleen een even strak latexpakje aan te doen, maar tegelijk ook de voorraad zelfrijzend bakmeel te inhaleren die op het derde schap van de keukenkast stond.
De oudere dames zijn ongetwijfeld gelukkiger dan ooit te voren, want Emil of Charel heeft naast het aantrekken van een even strak latexpakje, ook besloten dezelfde cocaïneverdeler te contacteren als onze vriend Tom. Bijgevolg kent de desbetreffende Emil of Charel niet alleen een hoger activiteitsgehalte in tal van buitenshuisactiviteiten, nee, hij durft daarnaast zelfs al eens zijn latexpakje aan te houden in bed.

Hoewel beide beeltenissen u – hopelijk – enige wrevel hebben aangedaan, heeft iedere mens de vrijheid om te doen wat hij wil. Zo ook Tom Boonen. De experimenten die hij uitvoert met de rekbaarheid en geneugten van zijn eigen neusholtes zijn, met andere woorden, zijn eigen zaken. Wat mij daarentegen wel stoort is het volgende:

“Wie helpt Tom Boonen?

ma 11/05/2009 – 11:17 Tom Boonen zit met een probleem. Na een arbeidsintensieve periode op de fiets, grijpt hij naar de verkeerde middelen om te ontspannen. Naar aanleiding hiervan, willen wij graag van u weten, wat u doet om te bekomen van een intensieve periode op het werk?”

Ik, kind van mijn tijd en dus opgevoed in het mediatijdperk, beschik jammer genoeg over een te laag vijftv-gehalte om begrip op te wekken voor een dergelijke vraag. Zeker als die vraag bijna in het midden van een nieuwswebsite staat die onbesmet leek te blijven (zoals het hoort) van de Dag-Allemaal-bacterie.
De menselijk-emotieve meerwaarde ligt ongetwijfeld hoog. Laten we allemaal Tom Boonen helpen! De VRT heeft het duidelijk hoog op met hem en doet beroep op onze empathie. Is dit dan de taak van de VRT? Hoewel elk nieuwsitem in essentie een human interest item is, vind ik deze goedkope vorm toch wel op zijn minst overbodig.

Zoals u gemerkt heeft, laat ik de laatste tijd geen kans onbenut om mails te sturen naar een instantie die het waarschijnlijk toch klasseert als “administratieve overlast”. De VRT was echter zo vriendelijk om een e-mailadres op te geven waar men vrij was om te reageren. Wat ik ook deed:

“Geachte

Begrijp mij niet verkeerd. Deze mail is geen antwoord op uw warme oproep naar medeleven voor de wielrenner Tom Boonen. Ik had daarentegen wel een vraag over het waarom van dergelijk initiatief. Het was mij voordien al duidelijk (zie bijvoorbeeld De Stemtest) dat de website van het VRT nieuws nogal snel een loopje neemt met stellingen en dat er vak een paar logische stappen ontbreken in het redeneerproces hierover. Ongeacht deze reductie van een ingewikkeld thema tot een stelling van 3 zinnen, vroeg ik mij af wat de meerwaarde, voor een website als die van het VRT nieuws, is van een dergelijk human interest stukje?

Hoogachtend”

Weer een trilogie? Ik hou u op de hoogte!

Terug van weggeweest! Het leven van een student (én tevens stagiair) kent zijn drukke en minder drukke perioden. Mijn gebrek aan schrijfsels de laatste weken doet getuigen dat het een van de meer drukke perioden was. Niet getreurd, ik kom met een blijde boodschap! Niet bepaald een Jezus-blijde-boodschap, maar desondanks een blijde boodschap.

Ongeacht de algemene opvatting over het woord ‘episch’ heb ik de afgelopen maanden er mijn ‘werk’ van gemaakt om aan beleidsbeïnvloeding te doen in zijn meest minimale vorm. Het is waarschijnlijk ook de meest ineffectieve vorm (welke vorm niet?), toch heeft dit driedelig verhaal een waardig einde gekregen.
De reikwijdte van de e-mail kent zijn grenzen en zo zal ook mijn effect beperkt geweest zijn. Ik was echter wel verbaasd over de enerzijds snelle antwoorden alsook het – na 2 keer proberen – persoonlijke antwoord op mijn e-mail. Zo werd ik als volgt beantwoord:

“Beste,

Dank voor uw reactie. Onze excuses voor het uitblijven van een reactie. Er moet een misverstand zijn geweest. Wij hebben u inmiddels verwijderd uit de adressenlijst. U zult dus niet meer door ons benaderd worden. Als er verder nog zaken waren die u aan de kaart wilde stellen kunt u ons deze alsnog via de mail melden.

Met vriendelijke groet,
Stephan Koppen, medewerker Studentenmonitor”

Toch nog enkele bedenkingen:
- Waar ik voordien de eer had om met Noël Vercruysse, afdelingshoofd, te ‘communiceren’, heb ik nu te maken met een medewerker. Ongetwijfeld een bevoegd iemand, maar het zaakje ruikt wel naar een administratief afhandelen van een klacht, eerder dan het oppikken van een signaal vanuit de doelgroep. Jammer.
- Dit laatste wordt ook duidelijk als ik kijk in welke mate mijn aangebrachte punten worden behandeld. Zo lijkt enkel aandacht te worden besteed aan de administratieve miskleun die er zou begaan zijn in het inadequaat beantwoorden van mijn eerdere mails. De inhoud van die mails lijkt dus minder prioritair te zijn.

De heer Noël Vercruysse is op dit moment vast en zeker bezig met een gefundeerd antwoord te formuleren op mijn eerdere mails. Ik wacht vol spanning af…

U leest het goed, dit verhaal kreeg een staartje! Zij het deze keer niet om middernacht, toch heb ik nogmaals een e-mail ontvangen van het Ministerie van Onderwijs en Vorming.
Ik – fan van discussie en debat – maakte intern 3 achterwaartse salto’s gevolgd door een spreidstand waar menig turnatleet jaloers op zou zijn. In werkelijkheid ging mijn linkerwenkbrauw een centimeter omhoog en verscheen er een lichte grijns op mijn gezicht. Het contrast is nu eenmaal groot omdat ik zelf geen turnatleet ben en ik na de eerste van 3 achterwaardse salto’s al loeihard mijn tanden zou zijn kwijtgespeeld op het parket. Om nog te zwijgen over mijn nageslacht dat op datzelfde parket een einde zou vinden aan zijn tot dan toe korte leven.

Ik opende de mail die onder volgende titel verstuurd werd: “Herinnnering: Uitnodiging Studentenmonitor”.
Na het overlezen van de eerste paragraaf werd duidelijk dat mijn vraag/opmerking, die ik zo diplomatisch had verwoord enkele weken geleden, droogjes werd genegeerd door het ministerie. Eerlijk gezegd had ik geen antwoord verwacht. Het was dan ook niet echt een direct antwoord op mijn mail, maar het was een antwoord nontheless. Om u even kort de inhoud mee te geven:

“Beste student,

Onlangs heb je van ons een e-mail gehad met het verzoek om mee te werken aan grootschalig onderzoek een grootschalig onderzoek over studeren in Vlaanderen dat wordt uitgevoerd door het Ministerie van On-derwijs en Vorming. Voor dit onderzoek schrijven wij iedereen aan die studeert in een hogeschool of aan een universiteit. De resultaten van dit onderzoek zullen ons helpen om het hogeronderwijsbeleid van de komende jaren vorm te geven: [...]

Hoe meer studenten aan de bevraging deelnemen, des te nauwkeuriger het beeld, natuurlijk. Onder de deelnemers aan deze enquête verloten we dan ook graag een pak multimediabonnen.

Op dit moment hebben we van jou nog geen (volledig) ingevulde internetvragenlijst ontvangen.

Langs deze weg vragen we je vriendelijk om alsnog de webenquête in te vullen of te voltooien. Ook als je inmiddels bent gestopt met je studie of bent afgestudeerd, kun je de lijst invullen. Je hoeft in dat geval maar een aantal vragen te beantwoorden. Heb je de vragenlijst inmiddels ingevuld? We danken je dan hartelijk voor je medewerking.”

In eerste instantie viel mij op dat het Ministerie een shitload aan multimediabonnen heeft die ze kwijt wil en dan nog aan studenten ook. Charmerende techniek, toch kon ik het niet laten om alsnog te antwoorden op de mail:

“Geachte

Uw opmerkingen zijn inderdaad terecht als u stelt dat u van mij nog geen of nog geen volledig ingevulde enquête hebt ontvangen. U heeft er dan ook voor gekozen om mijn antwoord op uw vorige mail stijlvol te negeren. Ondanks uw royale aanbod – ook deze keer – om mij voor het invullen van deze enquête zelfs te verlonen met multimediabonnen, moet ik echter met spijt melden dat ik deze enquête vijgen na Pasen vind. Mijn standpunt blijft, met andere woorden, hetzelfde.

Ik dank u hartelijk voor uw herinneringse-mail, hoewel ik het spijtig vind dat dit als voldoende antwoord wordt beschouwd op mijn eerdere e-mail. Dit terwijl u duidelijk onderaan uw eigen e-mail schrijft dat ik u op dit e-mailadres altijd mag contacteren met vragen en/of problemen in verband met de vragenlijst. Ik trek misschien wat te snel conclusies, maar het blijkt dat die vragen en problemen zich enkel aan een antwoord kunnen verwachten als ze van logistieke/technische aard (lees: vorm) zijn en niet te maken hebben met de inhoud. Als er nu één element is waar het bij participatie om gaat, dan is dat het zou moeten gaan om de inhoud, niet de vorm. Tenzij het om valse participatie gaat, u weet wel om diplomatieke en imago-gebonden redenen…

Hoogachtend”

Ik ben sterk benieuwd of het een trilogie wordt, ik hou u op de hoogte!

Iedereen die mijn vorige posts heeft gelezen (ja, ik heb het tegen jullie 3!) weet dat ik een probleem heb met abstracte termen die vanuit de losse pols worden toegepast op het dagelijkse leven.

Het probleem dat ik heb met perfectie is, dat het meestal te perfect is. Ik geef u een voorbeeld van wat ik niet zo heel lang geleden meemaakte. Vorige week zat ik – tegenwoordig bijna routineus – na het drinken bij Turkse restaurateur Gulhan om aldaar te genieten van een pizza nummer 12. Dat is die met het lamsvlees. Of nummer 12 nu uw ding is of niet, toch kan ik u aanraden om de Sleepstraat in Gent eens door te wandelen, halverwege te stoppen, al dan niet doen alsof u honger hebt en daarna bij pizza Gulhan binnen te lopen.
Om terug te keren naar de kern van mijn verhaal: ik zat daar dus met enkele collega-studenten en tevens collega-stagiairs een pizza heilig te verklaren toen daar een jongedame eveneens besloot hetzelfde te doen. Tenminste, dat vermoed ik, want ik zou eigenlijk niet weten wat ze daar anders zou komen doen…
Het was zo een van die momenten waarbij een man – of wezen dat voornamelijk gecontroleerd wordt door testosteron – even zijn eten laat staan om de wonderlijke effecten van het oestrogeen te aanschouwen. Jawel, de eerder vermelde jongedame heeft mijn avondeten zowaar kunnen onderbreken, enkel en alleen met haar aanwezigheid. Hoewel dit op zich geen probleem zou mogen zijn, had ik er min of meer een ‘probleem’ mee dat ze inderdaad die mogelijkheid had. Er was namelijk, na diepgaande studie (lees: het veelvuldig bekijken), niets op te merken dat wel degelijk als slecht zou kunnen beschouwd worden. Toch ging ik op zoek.

Ze was duidelijk van een meer exotische of zuiderse afkomst. Ik kan niet raden welk, ik heb het ook niet gevraagd, maar zo zag ze er dus ook uit.

Shit. Lang, golvend, blinkend, bruin-zwart haar. Daar kan je niets op tegen hebben.

Shit. Mooi gebruind, niet van dat zonnebank-oranje. Daar kan je, tenzij ge uw spookkostuum van afgelopen carnaval nog aanhebt, ook niets op tegen hebben.

Shit. Onder dat lange bruin-zwarte haar, bevonden zich een paar bruine kijkers omringd door een paar goed gevormde… wenkbrauwen en wimpers. Mijn gedachten gingen onmiddelijk naar de chaostheorie, waarbij haar wimpers dan wel eens de vlinder zouden zijn die aan de andere kant van de wereld een orkaan zouden veroorzaken. Orkanen zijn cool om naar te kijken – en haar… wimpers ook – dus daar kan ik ook al niets op tegen hebben.

Shit. De jongedame bleek voorzien te zien van een stevig paar… genen, want moeder natuur leek haar gezegend te hebben met een figuur waardoor de paus, himself, wel eens zou durven vermoeden dat God een vrouw is.

Shit. Ze bleek dan ook nog eens te beschikken over een voorgevel waar ge net uw glas niet op kunt zetten. Dit ging gepaard met een heupbeweging terwijl ze liep, waardoor je eigenlijk niet zeker bent welk van de twee je het eerst diende te aanschouwen.

Shit. Daarnaast leken haar charme en persoonlijkheid nog eens een zekere bescheidenheid over haar eigen… kwaliteiten, uit te stralen waardoor het geheel er nog onschuldig uit ging gaan zien ook.

Shit. Mijn pizza is op…

U leest het goed: ik durf wel eens een mail te sturen op een moment waar een verstandig mens zichzelf reeds onder een laag dons heeft neergevleid. Maak u geen zorgen, het is geen spam, althans dat denk ik toch niet. Het zijn zelfs doelgerichte en coherente mails! Hoe ongeloofwaardig het ook mag klinken, ik ben inderdaad in staat om coherente zinnen, zelfs e-mails, te vormen na middernacht!

Ik kwam net terug van een comedy avond gevolgd door pintelieren met een kameraad, toen ik thuis nog even mijn mails nakeek. Je weet maar nooit dat er nog iemand anders een coherente gedachtenstroom op papier (lees: scherm) kon neerzetten en dit had gecommuniceerd in mijn richting, zo na middernacht. De timing van de mail heb ik niet nagekeken, maar ik bleek via mijn schoole-mailadres toch een bericht te hebben ontvangen dat als volgt luidde:

Beste Student

Graag vragen wij je medewerking voor een grootschalig onderzoek over
Studeren in Vlaanderen in opdracht van de Vlaamse minister van Onderwijs.
Voor dit onderzoek schrijven wij iedereen aan die studeert in een
hogeschool of aan een universiteit.

Met het onderzoek willen wij een meer gedetailleerd beeld krijgen van het
socio-economisch profiel van studenten en van de actuele kosten voor
studies in het hoger onderwijs. De resultaten van dit onderzoek zullen ons
helpen om het hogeronderwijsbeleid van de komende jaren vorm te geven:
denk maar aan de regelgeving in verband met de studietoelagen,
Erasmusbeurzen, de verdere uitbouw van studentenvoorzieningen, de creatie
van een studentvriendelijke Europese Hogeronderwijsruimte in het kader van
de Bologna-akkoorden, enzovoort. Ook je instelling zal een beeld krijgen
van wie haar studenten zijn, om ook haar eigen beleid nog beter te kunnen
afstemmen op de realiteit.

Hoe meer studenten aan de bevraging deelnemen, des te nauwkeuriger het
beeld, natuurlijk. Onder de deelnemers aan deze enquête verloten we dan
ook graag een pak multimediabonnen. [...]“

Ik heb de mail ingekort om mijn blogpostlengte wat te beperken. Indien u geïnteresseerd bent: daarna wordt er voor 15 regels uiteengezet hoe weinig tijd die betreffende enquête wel in beslag zou nemen. De e-mail werd ondertekend door:

Noël Vercruysse
Afdelingshoofd
Ministerie van Onderwijs en Vorming
Afdeling Hogeronderwijsbeleid.

Ik, kritische geest van mijn tijd, zag mijzelf genoodzaakt een passend antwoord te geven op die mail. U hoort het goed, ik ben elke diplomatische en sociaal-vriendelijke verwachting uit de weg gegaan. Ik heb de enquête NIET ingevuld! Daarentegen heb ik waarschijnlijk een secretaresse eens hard doen fronsen met mijn antwoord. Maar zo werkt beleidsbeïnvloeding nu eenmaal!
De secretaresses fronsen teveel.
Ze krijgen hoofdpijn.
Ze kunnen daardoor geen degelijke koffie meer zetten.
De beleidsmakers hebben koffie nodig om te functioneren.
Lang verhaal kort: hoe meer secretaresses er fronsen, des te meer het beleid er de schade van ondervindt!

Mijn antwoord las als volgt:

Geachte Noël Vercruysse

Ik vraag mij sterk af waarom het Ministerie van Onderwijs en Vorming zich eigenlijk ex post vragen stelt over het socio-economisch profiel van de student. Heeft onze geliefde minister van onderwijs niet vrij onlangs een systeem doorgevoerd dat duidelijk minder rekening houdt met de minder kapitaalkrachtige gezinnen en de studenten die van die gezinnen deel uitmaken. Het lijkt mij dus op zijn minst bizar te noemen dat een dergelijk onderzoek pas achteraf plaatsvindt. Dergelijk onderzoek kan beter gevoerd worden om beleidskeuzes te rechtvaardigen en om daadwerkelijk beleidskeuzes te maken die corresponderen met de noden van de burger, in dit geval de student.
Momenteel lijkt mij dus het systeem in omgekeerde richting te werken, participatie van de burger/student blijft op die manier op een lager niveau staan en helpt niemand – zelfs niet de politiek – vooruit. Dat is iets wat ze mij er mij op de studierichting Sociaal Beleid toch hebben geprobeerd aan te leren de voorbije 3 jaar. In die zin is het dus ironisch te noemen dat deze mail ook de studenten van de sociale hogeschool bereikt.

Toch bedankt voor de interesse!

Changing the world, one annoying e-mail at a time!

Vrijheid. Een zwaar geladen en uiterst actueel begrip sinds de 18de eeuw. Wat vrijheid betekende na de Franse revolutie, heeft vandaag een andere invulling gekregen. Vrijheid krijgt vandaag een andere dimensie, doch gaat het om dezelfde problemen als toen. Een gebrek aan, of gevoel van gebrek aan, controle.

Vrijheid bestaat op zich niet. Daarvoor zijn wij als menselijk wezen te afhankelijk van andere elementen in onze omgeving en afhankelijk van mechanismen die we nu eenmaal niet onder controle hebben. We beschikken daarentegen over een keuzevrijheid. Dit wil concreet zeggen dat we in al onze handelingen de mogelijkheid hebben om te kiezen tussen verschillende opties. In die zin is vrijheid wiskundig meetbaar:

vrijheid = aantal keuzemogelijkheden + 1

De + 1 veronderstelt dat we naast de verschillende opties ook de mogelijkheid hebben om gewoon niet te kiezen. Dit laatste verondersteld dat niet kiezen al niet een van de mogelijkheden was. Een praktisch voorbeeld: Stel je loopt een fruitwinkel binnen. In de rekken ligt jammer genoeg maar 1 type fruit, namelijk appels. Je keuzevrijheid is dus beperkt. Je koopt een appel of helemaal niets (+1). De verschillende soorten fruit die de winkelier dus aanbiedt, bepalen hoe groot je keuzevrijheid eigenlijk is.
De omvang van onze vrijheid wordt dus altijd bepaald door diegene of hetgene die/dat ons de keuze aanbiedt. Onze (on)vrijheid wordt dus bepaald door onze (on)afhankelijkheid en onze eigen controle over het aanbod. De laatste tijd worden we geconfronteerd met mensen, groepen en zelfs naties die strijden om meer vrijheid voor zichzelf of voor meer vrijheid voor een ander. We kunnen ons echter de vraag stellen of die ervaren onvrijheid dan niet bepaald is door de mens zelf. Om het uit te leggen met een voorbeeld:

De samenleving geeft ons “geen” keuze: we moeten ons aanpassen aan de wetten, normen, verwachtingen,… die de samenleving ons oplegt.  Er is echter nog altijd de +1 factor, namelijk, de mogelijkheid om niet te kiezen, wat in dit geval betekent dat we onszelf zouden afsluiten van de samenleving. Iets wat vandaag de dag niet onrealistisch is, om het maar te staven met vrijwillig werklozen, daklozen,… In die zin gaat het om een “blue pill, red pill” scenario zoals dat wordt gedemonstreerd in de film The Matrix.

Er wordt echter een ander aspect uit het oog verloren. De samenleving is een menselijk construct, iets dat los staat van onze biologische predeterminatie of eigenschappen. We hebben door het creëren van de samenleving, onze eigen afhankelijkheid ervan gecreëerd. Indien de samenleving niet bestond, zouden we die samenleving niet als onvrij kunnen ervaren. We hebben in die zin zelfs de samenleving nodig om te kunnen zeggen dat we onvrij zijn en om te bepalen wat vrijheid dan zou betekenen: namelijk het niet bestaan van die samenleving.
Het menselijk zoeken naar vrijheid vandaag is in die zin een vernietigend proces, maar ook een zinloos proces. De elementen die vandaag bestaan en onze (on)vrijheid bepalen, zijn elementen die we zelf creëren of gecreëerd hebben. Eenmaal we die wegnemen, wordt onze onvrijheid bepaald door elementen die buiten en binnen onze controlemogelijkheden liggen. Onze biologische determinantie.

Zoals de titel doet vermoeden gaat mijn volgende post over de Belgische kleinkunst der muziek! Aangezien ik daar slechts maar 2 zinnen kan over schrijven zal ik het dan maar hebben over het woord, concept, idee,… ‘geluk’.

Het is waarschijnlijk belangrijk om mijn ‘visie’ te geven over idealistische (en tegelijk meestal ook moraliserende) woorden. Ik heb het over die vluchtige termen die we maar al te graag gebruiken. Woorden zoals ‘neutraliteit’, ‘geluk’, ‘democratisch’, ‘perfect’, ‘sociaal aanvaardbaar’,… Allemaal termen die bestaan binnen ons ingebeeld denkschema maar waarvan niemand eigenlijk ooit exact de betekenis kent.  Ongeacht het feit dat we nooit specifiek kunnen zeggen wat die begrippen eigenlijk willen zeggen, gaan we ongestoord door met het gebruik en accepteren ervan. Alsof het woord op zich volstaat om datgene waar het op slaat als bestaand te beschouwen, een eigenschap die de mens wel meer heeft. Datgene dat de geest zich kan verbeelden overstijgt dan weer die mens, om daar een eigen leven te gaan leiden om daarbij volledig de oorsprong van het idee of woord uit het oog te verliezen.

Hetzelfde geldt voor het woord geluk. Een begrip waarvan de mens beter lijkt te weten dat hij het niet heeft of is, dan wel. Hoeveel mensen beseffen in real-time effectief dat ze gelukkig zijn? Misschien duurt het ‘echte geluk’ steeds zo kort dat we geen tijd hebben om het te beseffen. Zoals ik zei, lijkt geluk voor mij een woord te zijn waarvan we eigenlijk niet weten wat het betekent. Niemand kan zeggen wat geluk is of het accuraat beschrijven. Dat het een menselijk uitgevonden begrip is, wordt waarschijnlijk nog meer bevestigd door het gegeven dat mensen verschillende antwoorden geven als hen gevraagd wordt wat hen gelukkig zou kunnen maken. Geluk nastreven lijkt een van de ultieme queestes te zijn van de menselijke levensloop, iets waarvan we denken dat we erin slagen. Of niet, om dan teleurgesteld terug te keren.

Daarnaast lijken we altijd goed te beseffen wat ons ongelukkig maakt of wat geluk nu net niet is. We zijn in staat om vast te stellen dat we ongelukkig zijn en hoe het komt, het omgekeerde lijkt veel minder of zelfs niet van toepassing. Geluk wordt op die manier gedefinieerd in termen van ongeluk. Iets wat de enige mogelijkheid lijkt te zijn om het begrip af te bakenen: selecteren. Eenmaal we de oneindige lijst van van ongeluksfactoren hebben benoemd, kunnen we met zekerheid zeggen wat geluk dan precies wel is. Wordt geluk op die manier dan niet gereduceerd tot een nuloperatie? En wat met het gegeven dat geluk individueel is en iedereen eigenlijk voor zichzelf moet uitmaken wat die ongeluksfactoren dan wel mogen zijn?
Die individuele dimensie van geluk, gekoppeld aan zijn onbepaaldheid die lijkt te bestaan vanwege onze onmogelijkheid het ultieme ongeluk exact te definiëren, doet mij concluderen dat er nog nooit iemand gelukkig is geweest. Dat geluk een figment is van de menselijke verbeelding en  verbeelding zal blijven. Gedoemd om onbepaald te blijven. Gedoemd om een individuele heilige graal te worden, die we nooit vinden omdat we ze nu eenmaal in onszelf moeten zoeken. Geluk laten bepalen door externe elementen zou immers verzaken aan de individueel menselijke oorsprong van het idee over geluk en dat daarom het idee nooit zuiver algemeen te bepalen is. Daarnaast komt het probleem er dan nog bij dat het idee van geluk er voor zorgt dat we het wel degelijk niet zijn. Het individueel bepalen geluk is namelijk onmogelijk door zogezegd aan introspectie te doen. Onze onderlinge menselijke afhankelijk maakt dat we termen van ongeluk definiëren aan de hand van waarden en normen die wel degelijk buiten onszelf liggen. Deze koppeling van ons individuele geluk aan een verondersteld bestaan van een algemeen geluk dat door externe elementen wordt bepaald, leidt ons noodgedwongen tot een onevenwicht waarbij het individuele geluk het onderspit delft.

Alles wat buiten ons ligt, geeft ons de mogelijkheid om te bepalen wat geluk niet is. We toetsen ze echter aan een begrip waarvan we niet weten wat het is en komen daarom op die manier vast in een patroon van oneindige selectie van ongeluk. Dit patroon dwingt ons echter naar het ongeluk te zoeken in plaats van het geluk waardoor deze laatste gewoonweg niet meer bestaat.

Jawel, nog eens een post! Ga even mee in mijn kleine fantasiewereld, ter hoogte van de linkerhemisfeer van de grijze massa, die zich bevindt onder mijn toch wel niet te onderschatten welgevormde schedel. Menig mens zal waarschijnlijk poneren dat mijn schedel ok is, maar de rest zich voordoet als het achterwerk van een olifant. Aan deze laatsten zeg ik: “Nee! Dat is niet waar!”.

Waarom nu mijn fantasiewereld betreden? Om twee redenen:
1. Ik heb reeds aanzienlijke tijd niet geblogd en een degelijk excuus zou de afgelopen examenperiode zijn. Deze laatste is echter al menig tijd afgelopen en ik ga even doen alsof mijn laatste examen gisteren was. Ik doe dus beroep op uw fantasie waarbij u zich dient in te beelden dat het wel degelijk gisteren mijn laatste examen was of dat u zich inbeeldt mij tof te vinden en mij het gebrek aan leesmateriaal ontziet.
2. Het onderwerp van mijn post!

Ondergetekende zit namelijk niet meer in de examens, maar bevindt zich ondertussen toch wel in zijn stage die zich nog zal voortzetten tot eind mei dit jaar. De bedoeling is dat ik daar een klein projectje uitwerk en zal daar waarschijnlijk nog 8000 euro voor krijgen ook! Al een geluk dat ik geen politieker ben of ik zou het uitgeven aan nutteloze dingen. Om toch maar eens de fantasie de vrije loop te laten kan 8000 euro hier wel al eens voor dienen:

1. Een set van Morresmeubels. Complete set kost 8000 euro en bestaat uit een tafel, 6 stoelen, een soort TV-kast en een spiegel. Een mens zou geinteresseerd zijn, maar de kast en stoelen zijn hard lelijk. Moving on!
2. Een oldtimer! Een Alfa Romeo 1300 GT Junior van het jaar 1972. Jammer genoeg heb ik al een auto en de Alfa Romeo doet mij vermoeden dat bij het testen van de remmen ik wel eens een dashbord tegen mijn tanden zou kunnen krijgen.
3. Blijkbaar kan ik ook het leven redden van een onbekende Nederlander! Deze persoon vraagt een lening van 8000 euro die ik dan via een betalingsregeling zou terugkrijgen. Aangezien ik sociaal werk studeer, leunt dit toch al meer aan bij mijn sector dan de meubelen en de auto.

Alleen ja… het is natuurlijk wel een Nederlander…

Tussen al dat geleuter door is er natuurlijk tijd voor wat muzikaal vertier!
Ik ben dan ook de laatste persoon om u dat muzikaal vertier te ontnemen. Of het onderstaande door u als vertier wordt beschouwd wordt, kan ik jammer genoeg niet voorspellen. Ik weet daarentegen wel dat ondergetekende zich geamuseerd heeft bij het opnemen en spelen met zijn getalenteerde kompanen!

Volgende pagina »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.